Mirusia

Kerstavond in mijn schone dorp aan de Mark. Jaren geleden. Nachtmis om negen uur. De lucht is zwanger van sneeuw, maar bevalt niet rond het tijdstip dat ik naar de kerk ga. Het is druk in de Dorpstraat. Mijn auto moet ik bij de Donk parkeren. Ik loop langs het kerkhof naar de kerk. In het kerkportaal geroesemoes en een breed gebarende Harrie Knibbeler die de mensen maant door te lopen. Er is voorin nog plek zat. Op het door de dames van UTELO mooi versierde priesterkoor legt Harrie van Dijk het missaal nog even op de juiste bladzijde. Vanavond geen Harmonie Constantia, maar een gelegenheidskoor van parochianen die de volkszang gaat verzorgen. ´s Middags hebben ze onder leiding van Guus Broeders nog gerepeteerd in de Pekhoeve. Zittend op een gammel kerkstoeltje achter het altaar moet ik aan het telefoontje denken dat ik die middag kreeg. Bij de KVO had eerder die week een zangeres opgetreden, klonk het enthousiast. Ze zong fantastisch. De mooiste kerstliederen. Ze kwam uit Australië. Of dat niets was voor de nachtmis om negen uur. Als vice-voorzitter van het kerkbestuur houd ik de boot aanvankelijk af. We hadden alles al voor elkaar met de liederen en per slot van rekening was de nachtmis er niet voor bedoeld om een concert te geven. Ik zou er wel over nadenken, had ik gezegd. Veel kans kreeg ik daar niet voor, want de telefoon bleef gaan. Allemaal enthousiaste verhalen over die zangers uit “down under”. Ze sprak vloeiend Nederlands, werd er ook nog bij gezegd. Ik besloot de pastoor te bellen. Hij had haar ook gehoord en schaarde zich in de rij der enthousiastelingen. Daarna was het snel geregeld. Het gelegenheidskoortje zou wat minder zingen en de Australische met haar vriend kregen alle gelegenheid hun zangkunsten te vertonen. Ik was benieuwd.

De bel rukte me abrupt uit mijn gepeins. O ja, ik zou de liederen aankondigen. Wat was het eerste lied alweer. Even later klonk het Stille Nacht, de pastores en lector Janus Hermus schreden naar voren, bogen voor het altaar en namen plaats voor hun stoelen terzijde het altaar. Plots zag ik haar. Op de eerste rij. Wat was ze bijzonder. Mijn blik kon ik er niet van afhouden. Donkerblond, lang krullend haar. Een fijn en vriendelijk gezicht dat waarschijnlijk moeilijk ernst kon uitdrukken. Wie was zij? De eerste en tweede lezing gingen volledig aan me voorbij. Zelfs de preek van pastoor Gerard Baeten ging langs me heen als een trein zonder vertraging. Dat was me nog nooit gebeurd. Ik zou zo wel uren kunnen blijven zitten. Na het “Amen” van de pastoor viel een stilte. De blikken werden op mij gericht; ook die van de onbekende met haar prachtige ogen. Ik schudde plots alles van me af, stond op en kondigde “nu seit wellecome” aan. De mis kabbelde gezapig verder. Ik zag maar een gezicht. Zij, daar vlak voor me. Onder het communie uitreiken zou de voor mij onbekende zangeres gaan zingen. Waar was ze eigenlijk? Ze zou wel naar voren komen als ik haar aankondigde. Hoe heette ze ook al weer? Op mijn spiekbriefje stond Mirusia. Niet bepaald Australisch of Nederlands. Wel de achternaam, Louwerse. Maar wat zou het. Haar tante schijnt uit Ulvenhout te komen. Terwijl de pastores en lector met hun schaaltjes met hosties de kerk in gaan, ga ik naar de microfoon en kondig de zangeres aan over wie zulke enthousiaste verhalen de ronde doen : Mirusia Louwerse. Met grote gratie staat plots de voor mij onbekende uit de eerste rij op. Het is niet waar. Ik sta perplex, maar herstel gauw en zet met bevende handen de sta-microfoon voor haar op de goede hoogte. Even later is het alsof de aartsengel Gabriel hoogst persoonlijk de Laurentiuskerk in mijn schone dorp heeft aangedaan. Wat een stem, wat een persoonlijkheid. Tot ver na de zegen zou ze doorzingen. De kerkgangers van de mis van elf uur konden nog net meegenieten van haar laatste akkoorden. Kerstavond zou voor mij nooit meer zo worden als toen.

De tijd heelt alle wonden, maar vlakt ook vreugdevolle gebeurtenissen af. Jaren later zap ik op een vrijdagavond naar een programma van de TROS op Nederland 2. Een concert van André Rieu. Ik laat het aanstaan en ga verder in mijn boek. Lezen en naar muziek luisteren is goed te combineren, zelfs als het geluid van de televisie komt. Plots wordt door Rieu een zangeres aangekondigd. Ze komt uit Australië, maar spreekt vloeiend Nederlands. “Dames en heren, uw speciale aandacht voor Mirusia Louwerse. Ontvang haar met een warm applaus.” Mijn boek klap ik dicht en ik zie mijn ster uit de kerstavond van vele jaren terug het podium oplopen. Ze is nog veel mooier. Ik voel enige trots dat ik haar ooit zelf heb mogen aankondigen in ons schone dorp aan de Mark. BEMA

Copyright © 2013 - 2016. All Rights Reserved.