Kapel Galder

Galder is een zeer oude beekdalnederzetting. Uit archeologische gegevens kan worden geconcludeerd dat te Galder reeds in de Karolingische tijd (10e eeuw) een nederzetting is geweest.
De eerste vermelding van de plaatsnaam is aangetroffen in een akte uit het jaar 1299, waarin Ghalre met zijn tienden als vanouds werd toegewezen aan de abdis van Thorn.
De oude hoeve van Galder wordt reeds voor het eerst genoemd in het jaar 1343. Op een kadasterkaart uit 1828 is nog goed zichtbaar dat het oudste deel van Galder gelegen was rond het begin van de huidige St.Jacobsstraat.

Door de bouw van de Sint-Jakobskapel in de tweede helft van de vijftiende eeuw ontwikkelde Galder zich geleidelijk aan tot een kapelgehucht.
De kapel, die het uiterlijk heeft behouden van een kleine dorpskerk, is genoemd naar Jacobus de Meerdere, een van de apostelen van Jezus en vanouds patroon van Galder. Jacobus Major was de oudere broer van Sint Jan Evangelist. In het jaar 44 werd hij op bevel van Herodes Agrippa I onthoofd. Zijn lichaam werd nadien naar Santiago overgebracht, maar zijn graf bleef onbekend tot omstreeks het jaar 820, toen het op wonderlijke wijze in Spanje werd ontdekt door de eremiet Pelagius, die volgens de legende werd voorgelicht door een heldere ster. Vandaar dat men de locatie waar het graf werd gevonden Santiago de Compostela doopte, Sint Jacobus van Compostela, afgeleid van ‘campus stellae”, het veld van de ster. Boven het graf van de heilige werd een grootse basiliek gebouwd.

Via Frankrijk verspreidde de verering van Sint Jacob zich naar het Noorden. Jacobus werd een echte volksheilige en al vanaf de twaalfde eeuw verrezen in onze streken de eerste Sint-Jakobskerken. Velen zagen het in die tijd als een religieuze plicht een voettocht te maken naar zijn graf in het verre Spanje. Na Lourdes is Santiago wel de bekendste bedevaartplaats.

Vanaf de veertiende eeuw wordt Jacobus weergegeven als pelgrim met hoed, mantel, pelgrimsstaf reistas en fleskalebas of drinknap. Karakteristiek attribuut is natuurlijk de Jakobsschelp, de zogenaamde “Pecten maximus”, die op de hoed of de mantel werd bevestigd, als herinnering aan de voettocht en het bezoek aan Compostela.

Sint Jacobus geldt in het bijzonder als beschermheilige van de pelgrims en bedevaartgangers. Zijn naamdag is 25 juli. In heel wat plaatsen in Noord-Brabant vinden we sporen van een Sint-Jakobsverering. Soms gaat het om gasthuizen, soms om altaren of kerkpatronaten.

Op 21 mei 1468 werd in Galder een kapelfonds als “een eeuwiger capellanie” gesticht ter ere van de Heilige Maria, de apostel Jacobus Major en de Heilige Barbara. De kapel was toen nog niet ingewijd. In 1512 zou zich in de kapel ook een altaar van Sint Lambertus hebben bevonden. Het beneficie voorzag in het regelmatig opdragen van H.Missen.

In 1517 werd de kapel waarschijnlijk uitgebreid en zal ook de toren tot stand zijn gekomen. Over het algemeen is de capellanie altijd rijk begiftigd geweest. Behalve van rog - en geldrenten bestond de kapel van gaven in de vorm van schapen, wol en eikels, die vooral op Sint-Jakobsdag 25 juli door de buurtbewoners werden geofferd. Op die dag werd in Galder ook kermis gehouden.

De kapel lag aan een van de bedevaartroutes vanuit Noord-Nederland naar Noordwest Spanje en was een halte op deze route. Uit de omvang van de Galderse Jacobuskapel kan voorzichtigheidshalve worden opgemaakt dat het oude Galder tamelijk volkrijk en welvarend moet zijn geweest in vroeger tijden. In hoeverre de toewijding aan Jacobus in verband stond met de bedevaart naar Santiago vermeldt de historie niet. Een feit is wel dat het gebeurde in de tijd dat de Jacobusdevotie en pelgrimage op een hoogtepunt waren.

Copyright © 2013 - 2016. All Rights Reserved.