Kapel Strijbeek

Strijbeek

Strijbeek kende reeds duizenden jaren geleden een min of meer permanente bewoning. Het bewijs hiervoor werd geleverd door het urnenveldje dat in 1937 ten oosten van de Goudberg werd gevonden. De urnen tonen aan dat al in de 5e eeuw vóór onze jaartelling mensen op dit hooggelegen terrein hebben gewoond.
In zijn huidige vorm is Strijbeek vermoedelijk in de 13e eeuw ontstaan door ontginning van bos op de hogere terreingedeelten langs de nabij gelegen beek. Als beekdalnederzetting werd het gesticht op het punt waar de Goudbergseweg, eens onderdeel van een eeuwenoude heerbaan, uitkwam op de belangrijke verbindingsweg Hoogstraten-Breda. Ondanks deze gunstige ligging is Strijbeek nooit tot een dorp uitgegroeid.

Omstreeks 1518 werd in Strijbeek een kapel gebouwd. Strijbeek was groter dan Ulvenhout en had ongeveer even veel inwoners als Galder. De kapel wasbeduidend groter dan de huidige. Ze was 22 m. lang en 15 m hoog. Als in het begin van de 16e eeuw een kapel in Strijbeek gebouwd wordt, is toewijding aan de heilige Hubertus heel begrijpelijk. Hij was de eerste bisschop van het bisdom Luik, waar Strijbeek ook onder viel en inmiddels ook patroon van de jacht.

In 1520 werd er een beneficie gevormd, toegewijd aan de Heilige Maagd, H. Cornelius en H. Hubertus. Ook de toewijding aan Cornelius is niet zo vreemd. Deze bisschop werd in 251 van Rome gewijd en heeft als enige onder de pausen een plaats gekregen in de volksdevotie. Hij was patroon van het hoornvee vanwege het verband tussen zijn naam en het Latijnse Cornus: hoorn. Na de inwijding in 1520, werd er elke vrijdag een Heilige Mis gelezen. In 1556 werd er een speciaal Corneliusklokje, gegoten door Jacob Waqhevens, in de toren gehangen. Het klokje werd na de reformatie geschonken aan de capucijnen in Meersel-Dreef, die het in de Luciakapel van Meersel hingen. In 1756 kwam er een nieuwe klok in de kapel, gegoten door G. du Mery uit Brugge.

De tachtigjarige oorlog met zijn verschrikkingen ging niet ongemerkt voorbij, maar in 1625, na de inname van Breda door de Spanjaarden, bloeide de katholieke eredienst als nooit tevoren.
In 1648 gingen alle katholieke kerkgebouwen over in protestantse handen. Na een korte periode als schuilkerk te hebben gefungeerd voor de gelovigen uit Ginneken stond het gebouwtje meer dan een eeuw leeg. In 1798 kwam de kapel weer in katholieke handen  maar het kwam niet meer tot regelmatige erediensten. Na 350 jaar waren de onderhoudskosten zo hoog geworden dat besloten werd tot sloop.

Copyright © 2013 - 2016. All Rights Reserved.